Iedereen heeft op welk gebied dan ook zijn eigen voorkeur. Als het op hardlopen aan komt, ben ik een nachtdier. Ik loop het liefst als het donker is en al later op de avond. Ik heb het niet over verstandig of niet, maar puur wanneer ik het lekkerste loop. Meestal start ik pas na 22.30 uur, als de halve stad al op bed ligt. Aangezien ik redelijk aan de rand van de stad woon, loop ik al snel door de weilanden. Ik vind dat heerlijk, dwars door opkomende mistbanken lopen en af toe een auto of fietser tegen komen.

Andere lopers die ik spreek vinden dat weer niks, met name de vrouwelijke (zonder vooroordeel!). Wat nou als er iets gebeurt of je mensen tegenkomt met verkeerde bedoelingen? Terechte vragen, maar ik loop niet geheel in the middle of nowhere, ik kom nog langs huizen en draag uiteraard(!) verlichting. Mocht ik toch ergens blijven liggen, dan valt dat heus wel op bij de eerste auto of fiets die langs komt. Desalniettemin kan ik die angst wel begrijpen. Mijn lieftallige wederhelft gaf aan een onderzoek te hebben gelezen, waarin loopresultaten werden vergeleken tussen avondlopers en ochtendlopers. Ik heb dat niet gelezen, maar ben wel nieuwsgierig. Ochtendlopers zouden structureel beter presteren dan avondlopers. Dat ga ik dus binnenkort ook maar eens lezen, altijd leuk om te weten! Het probleem is echter, dat veel lopers ook nog een baan hebben en dus vaak overdag helemaal geen tijd hebben. Ik heb het geluk dat ik mijn tijden enigszins zelf kan bepalen en daar ben ik reuzeblij mee!

Ik heb alleen wat tegen lopen overdag in het weekend, het is net of er een nest is uitgekomen met lopers in het plantsoen vlak bij mij. Ik weet niet waarom, maar dan loop ik liever niet in het plantsoen. De afstanden die ik loop lenen zich ook niet daarvoor. Onder de 10 loop ik bijna nooit, tenzij het een intervaltraining is, zelfs die loop ik liever op het lange rechte eind :)

Waar gaat jullie voorkeur naar uit en wat zijn de ervaringen met lopen op de verschillende tijden?

Rock n Roll!

Met een pijnlijk scheenbeen kun je twee kanten op. Leer de juiste weg bewandelen.

Pijn aan je scheenbeen brengt je in een lastig parket. Je lijkt soms te kunnen doorlopen, want de pijn verdwijnt ook af en toe, maar uiteindelijk moet er toch worden ingegrepen. Het is dan wel zaak een stressfractuur te onderscheiden van shin splints.

Een stressfractuur is een haarscheurtje in je bot. Ook daarmee valt soms nog te lopen, maar de pijn zal je blijven achtervolgen en uiteindelijk moet je vier tot zes weken aan de kant.

Shinsplints is een verzamelnaam van klachten aan de voorkant van je onderbeen. Vaak wordt er daarbij door een zwakte in een andere structuur te hard aan dat onderbeen getrokken. Ook overbelasting bij beginners is een bekende oorzaak.

Hoe kun je nu zelf die twee uit elkaar houden.

Stressfractuur: pijn op een heel specifieke plek.
Shin splints: pijn op een ruimer gedeelte, in de lengterichting van je scheenbeen.

Stressfractuur: pijn blijft na je training, ook na rust.
Shin splints: pijn verdwijnt na je training.

Stressfractuur: wandelen en trappenlopen doet ook pijn.
Shin splints: bij dagelijkse activiteiten voel je de pijn niet.

Stressfractuur: hinken op dat ene been doet heel erg pijn.
Shin splints: je kunt met gemak tien keer op het pijnlijke been hinken.

Via Runnersweb

Doug Kurtis liep 200 marathons sneller dan 3 uur. Wat zijn de geheimen van zijn succes?

Een marathonloper vinden die meer ervaring heeft dan Doug Kurtis, is net zoiets als het vinden van een onbezette Dixi vijf minuten voor de start van een grote wedstrijd. Het is een schier onmogelijke missie. Kurtis is 62 jaar, schrijver en race director uit Livonia, Michigan, USA. Hij heeft in de afgelopen veertig jaar 205 marathons gelopen, waarvan hij er 200 binnen de 3 uur liep. In oktober 2014 slechtte hij bij de Detroit Free Press Marathon de 3-uurs grens voor de 200ste keer. Hij is overigens niet de eerste die hierin slaagde: reeds 32 lopers waren hem voor.
Ondanks al deze marathons slaagde Kurtis er in om niet geblesseerd of opgebrand te raken. Zijn training bestaat grotendeels uit duurlopen in een rustig tempo. Verder varieert hij regelmatig in routes en trainingsmaatjes en is hij niet bang om rustdagen in te lassen als hij het gevoel heeft dat dit nodig is. Desondanks heeft hij gedurende zijn hardloopcarrière naar eigen zeggen zo’n 700 paar schoenen versleten. Na de 200ste marathon in Detroit heeft hij geen marathon meer gelopen. Hij vertelt dat het misschien wel de laatste is geweest (hoewel we hem niet echt geloven). ‘Tweehonderd keer onder de drie uur is een mooi aantal om er een streep onder te zetten,’ vertelt hij. ‘Ik heb een lange hardloopcarrière gehad, omdat ik veel plezier haal uit het hardlopen. Er is absoluut iets heel speciaals aan het lopen van een marathon.’

De volgende tips helpen je om de marathon in de vingers te krijgen.